Archiefstuk: Joseph en Fritz Giese, cellisten

Ingediend door admin op di, 05/01/2012 - 12:24

 

Dit unieke en goed bewaarde portretje toont de cellist Joseph Giese (1821-1903) en zijn zoon Fritz (1859-1896).
 
 

Joseph Giese en Fritz Giese, albuminedruk (carte-de-visite) door Maurits Verveer (1817-1903), Den Haag, ca. 1865. NMI, archief H.F.W. Jeltes (75/F678)

 

Vader Joseph Giese, geboren te Koblenz, was een leerling van de vermaarde Moritz Ganz (1802-1868). Na tournees door Frankrijk en Zwitserland vond hij in 1857 een betrekking in Den Haag als docent aan het Koninklijk Conservatorium (toen ‘Koninklijke Muziek- en Zangschool’). Ook was hij werkzaam als eerste cellist aan het Théâtre Français, dat in die tijd in de hofstad operavoorstellingen verzorgde. Hij bleef aan het conservatorium verbonden tot 1902, en is bekend als leraar van onder anderen Anton Hekking, Henri Bosmans (de vader van Henriëtte Bosmans), en zijn eigen zoon Fritz.

Het lijkt erop dat Fritz niet geheel vrij was in de keuze van zijn instrument; maar gezien het succes in zijn verdere loopbaan moet hij hiervoor wel een bijzondere aanleg hebben gehad. Fritz Giese is in 1859 geboren in Den Haag. Hij begon de cello-studie op vierjarige leeftijd, en omdat de cello te groot was diende een altviool als substituut (zoals we op deze foto zien). Op zijn tiende trad hij in het openbaar op met het Tweede Celloconcert van Bernhard Romberg. Toen hij elf was verleende Koning Willem III hem een stipendium voor verdere studie, en hij voltooide zijn opleiding bij Friedrich Grützmacher in Dresden en Léon Jacquard in Parijs. Na een tournee door Zweden, Noorwegen en Denemarken was hij een jaar lang verbonden aan het Amsterdamse Park-Orkest. Een succesvol optreden voor Willem III bezorgde hem de titel ‘Solocellist van Zijne Majesteit’.

In 1878, op negentienjarige leeftijd, accepteerde hij de uitnodiging om toe te treden tot de Mendelssohn Quintet Club uit Boston. Een oorgetuige schrijft in een biografische schets uit 1887:

“We have heard him in connection with this club, and it may safely be said that Americans never heard more perfect cello playing than his. Surely we never saw a greater and more perfect technique on this instrument than that of Fritz Giese.”

Bomberger 1999, p. 117
En een verslag van later datum is al even lyrisch:

“Giese was the most capable artist of the ensemble who not only delighted the public, but also moved up his fellow musicians to fresh enthusiasms every evening. Although he never took his instrument from its case between one concert and another, his playing was masterly in every respect as to tone, technique and phrasing. I have never heard his like.”
Gecit. naar Gould 2008, p. 59

Voor het het grootste deel van zijn verdere loopbaan was Boston de thuisbasis. Hij speelde in de Philharmonic Club en de opvolger daarvan, het Boston Symphony Orchestra (1884-1889). Samen met andere leden uit dit orkest vormde hij onder leiding van de violist Franz Kneisel in 1885 een strijkkwartet. Dit Kneisel Quartet heeft een belangrijke functie gehad voor de vorming van een kamermuziekcultuur in de Verenigde Staten. Als cellist in dit kwartet werd Giese werd in 1889 opgevolgd door de in Den Haag geboren Anton Hekking (1856-1935), ook een leerling van Joseph Giese.

Verder wordt Fritz Giese genoemd als docent aan het National Conservatory of Music in New York. Daar kreeg hij te maken met de rivaliteit van een collega en leeftijdgenoot, de in Dublin geboren Victor Herbert (1859-1924), die vooral bekend is geworden als operette-componist. De beide 'ster'-cellisten werden tegen elkaar uitgespeeld door de concurrerende orkesten van New York en Boston, en recensenten grepen de gelegenheid om de talenten van beiden te vergelijken.

Ondanks zijn fenomenale successen moet Fritz Giese’s korte leven triest geweest zijn. De effecten van alcoholmisbruik schijnen in zijn latere optredens hoorbaar geweest te zijn, en de drank was de oorzaak van zijn dood op 37-jarige leeftijd, in 1896.

LM, 1-5-2012

 

Geraadpleegde bronnen:

Bomberger, E. Douglas (ed.). 1999. Brainard's biographies of American musicians. Westport, Conn: Greenwood Press.

Boston Symphony Orchestra Musicians Roster.

Gould, Neil. 2008. Victor Herbert: a theatrical life. New York: Fordham University Press.

Ledbetter, Steven. Kneisel Quartet. In Grove Music Online. Oxford Music Online (accessed May 1, 2012).

Letzer, J.H. 1911. Muzikaal Nederland 1850-1910: bio-bibliografisch woordenboek van Nederlandsche toonkunstenaars en toonkunstenaressen [etc.]. Utrecht: J.L. Beijers.

Wasielewski, Wilhelm Joseph von, en Waldemar von Wasielewski. 1925. Das Violoncell und seine Geschichte. Leipzig: Breitkopf & Härtel.

Labels