Archiefstuk: Johann Sebastian Bach: een kwitantie uit 1731

Ingediend door admin op di, 03/27/2012 - 13:13

Deze door Bach eigenhandig geschreven kwitantie heeft betrekking op Tranksteuer of accijns op alcoholische drank. Hoogstwaarschijnlijk gaat het hier om bier, dat gerekend werd per vat; accijns op wijn werd gerekend per ‘emmer’. Als cantor van de kerk en school van St.-Thomas had Bach recht op restitutie van de accijns op drie vaten. Hoger geplaatsten konden meer belastingvrij verorberen: een rector of conrector vier vaten; een Pfarrer of Diakon vijf; professoren, Pastoren en Archidiakonen zes. De Superintendent Salomon Deyling, die de kwitantie mede heeft ondertekend, had recht op restitutie voor acht vaten.

 

Daß von S[eine]r Königl[ichen] Mayest[ät] in Pohlen,
und ChurF[ürstlichen] Durchl[aucht] zu Sachsen wohlbestallten
Creyß und Tranck-Steüer Einnehmer, Herrn
Johann Paul Lazern von Quasimodogeniti
1730. biß dahin 1731. laut der ChurFürstl[ich]
Sächs[ischen] Anordnung de a[nn]o 1646. den 9 Novemb[e]r
von drey Faß, iedes à 40 gr[oschen] u[nd] also zusammen
5 th[a]l[e]r, sage
fünff Thaler
richtig empfangen habe; Solches bekenne
hiermit und quittire gebührend. Leipzig
Termino Quasimodogeniti 1731.
Joh[ann] Seb[astian] Bach.
Direct[or] Musices
u[nd]
Cantor zu S.
Thomæ.

Dat [ik] van de namens Zijne Koninklijke Hoogheid in Polen en Keurvorstelijke Doorluchtigheid in Saksen rechtmatig aangestelde ontvanger der districtsbelastingen en drankaccijnsen, de Heer Johann Paul Lazer, over het jaar van Quasimodogeniti 1730 tot 1731, overeenkomstig de Keurvorstelijk Saksische verordening van 9 november 1646, voor drie vat à 40 groschen, tezamen 5 Taler, zegge
vijf Taler
naar behoren heb ontvangen; dit verklaar ik hiermede en teken zoals verschuldigd. Leipzig, op de termijn Quasimodogeniti 1731.
Joh. Seb. Bach
Director musices en Cantor te St.-Thomas.

Met behulp van gegevens in Christoph Wolffs Bach-biografie (2000) en het Duitse Wikipedia-artikel Fass (Einheit) kunnen we een paar sommetjes maken, die iets meer concreet inzicht geven in dit aspect van Bachs huishouding. De accijns op één vat, 40 Groschen, kan (bij grove benadering) gesteld worden op zo’n €120; 5 Taler (120 Groschen) is dan het equivalent van €360. Bij een inhoud van ruim 360 liter moet een vat bier een waarde hebben gehad van zo'n 7 Taler 12 Groschen, of €540. Ter vergelijking: Bach bood in 1747 zijn Musikalisches Opfer in druk aan voor 1 Taler; een jaar les bij de cantor, inclusief kost en inwoning, kostte de student 100 Taler (in 1712). Met zijn gezin, gasten en inwonende studenten zal Bach waarschijnlijk meer bier hebben geconsumeerd dan de drie liter per dag waarover hij accijns vergoed kreeg.

Johann Paul Lazer, hier genoemd als belastingontvanger, overleed in 1740. Hij werd opgevolgd door Christian Friedrich Henrici (1700-1764), die onder zijn dichterlijk pseudoniem Picander verantwoordelijk is geweest voor vele van de door Bach vertoonde cantateteksten, en met de componist persoonlijk op goede voet stond. De Bauernkantate is door beiden in 1742 geschreven voor de 36e verjaardag van Henrici’s chef, Kreishauptmann Carl Heinrich von Dieskau. Vermeldenswaard is ook dat de belastinggaarder Henrici enkele kluchten op zijn naam had, waaronder Der Erz-Säufer (1726).

Mede-ondertekenaars van de kwitantie zijn de genoemde Dr Salomon Deyling (1677-1755), en Thomas Wagner (1669-1737), bekend als ontvanger der districtsbelasting (Kreissteuereinnehmer). Beiden sluiten hun handtekening af met het ambtelijke mpp (‘manu propria’, ‘eigenhandig’). Het nummer rechtsboven behoort waarschijnlijk tot de paginering van het oorspronkelijke kwitantieboek. De term ‘Quasimodogeniti’ duidt op de eerste zondag na pasen ('Beloken Pasen'); in 1731 was dit 1 april.

Het document van 22,5 x 20 cm bevindt zich in goede staat, maar is aan de randen verstevigd met rijstpapier. Aangezien er van Bach maar zeer weinig eigenhandige brieven en andere biografische documenten zijn, krijgt een formeel stuk als dit een bijzondere betekenis. Er zijn nog drie andere door Bach gesigneerde Tranksteuer-Äquivalente: een bijna gelijkluidende uit 1732, één uit 1734 en één uit 1743. Alle zijn gepubliceerd in de Bach-Dokumente (het onderhavige als nr. 116 tussen de addenda in Bd. 3; de overige als nrs. 117, 118a en 125). In 1920 werd deze kwitantie vermeld in een veilingcatalogus van K. E. Henrici in Berlijn, en vermoedelijk is ze in hetzelfde jaar verworven door D.F. Scheurleer. Als onderdeel van de Scheurleercollectie bevindt ze zich nu in het NMI.

De Haagse bankier, verzamelaar en muziekhistoricus Daniël François Scheurleer (1855-1927) was zeer geïnteresseerd in historische uitvoeringspraktijk. Hij bezat originele drukken van een aantal door Bach zelf voor publicatie voorbereide werken, waaronder Musikalisches Opfer en de in het voorjaar van 1731 verschenen zes partita's, Clavir Übung Opus 1. Ook had hij een kopie laten maken van een klavecimbel, waarvan destijds werd verondersteld dat het afkomstig was uit het bezit van J.S. Bach. Net als bij de door Wanda Landowska bespeelde Pleyel-clavecimbels werden bij de constructie van dit instrument wel concessies gedaan aan de heersende smaak. Zo werd gebruik gemaakt van het in de pianobouw ontwikkelde stalen frame.

Zaal in Scheurleers museum (vóór 1913), met het door Wilhelm Hirl in 1899 gebouwde klavecimbel.

LM, 32-3-2012

 f3595

Museum Scheurleer »

 

Geraadpleegde bronnen:

Herz, Gerhard. Bach-Quellen in Amerika = Bach sources in America. Kassel [etc.]: Bärenreiter, 1984.

Leonhardi, Friedrich Gottlob. Erdbeschreibung der Churfürstlich- und Herzoglich-Sächsischen Lande. 2. Ausg. Bd. 1. Leipzig: Barth, 1790.

Neumann, Werner, en Hans Joachim Schulze, red. Schriftstücke von der Hand Johann Sebastian Bachs. Bach-Dokumente. Bd. 1. Kassel [etc.]: Bärenreiter, 1963.

Schulze, Hans-Joachim, red. Dokumente zum Nachwirken Johann Sebastian Bachs, 1750-1800. Bach-Dokumente. Bd. 3. Kassel; Leipzig: Bärenreiter ; Deutscher Verlag für Musik, 1972.

Spitta, Philipp. Johann Sebastian Bach. Leipzig: Breitkopf und Härtel, 1873.

Wolff, Christoph. Johann Sebastian Bach: The Learned Musician. Oxford: Oxford University Press, 2000.

Labels