Nieuws

Oxford Music Online

Ingediend door admin op do, 12/25/2008 - 16:17

Oxford Music Online provides the visitor and year pass holder of the NMI with access to the full text of The New Grove.

Oxford Music Online is a major point of access to reference works in the field of musicology. It contains the full text of:

  • The New Grove Dictionary of Music and Musicians, second edition, edited by Stanley Sadie and John Tyrrell (London, 2001),
  • The New Grove Dictionary of Opera, edited by Stanley Sadie (London, 1992), and
  • The New Grove Dictionary of Jazz, second edition, edited by Barry Kernfeld (London, 2002).

Included are 50.000 articles on every aspect of music from antiquity to the present, biographies, work lists, music examples, and thousands of links to music sites and sound archives.

Besides The New Grove, Oxford Music Online includes:

  • The Oxford Dictionary of Music en
  • The Oxford Companion to Music.

Oxford Music Online »

Oxford Music Online

Ingediend door admin op do, 12/25/2008 - 16:17

Via Oxford Music Online heeft u als bezoeker of jaarpashouder van het NMI toegang tot de volledige tekst van de The New Grove.

Oxford Music Online is een belangrijke toegangspoort voor naslagwerken op het gebied van de muziekwetenschap. Dit bestand bevat de volledige tekst van:

  • The New Grove Dictionary of Music and Musicians, second edition, edited by Stanley Sadie and John Tyrrell (London, 2001),
  • The New Grove Dictionary of Opera, edited by Stanley Sadie (London, 1992), and
  • The New Grove Dictionary of Jazz, second edition, edited by Barry Kernfeld (London, 2002).

Het bestand biedt onder meer 50.000 artikelen over alle aspecten van de muziek van de oudheid tot heden, biografieën, ogrovemusiconlineverzichten van werken, muziekfragmenten, en duizenden links naar muziek-sites en geluidsarchieven.

Oxford Music Online omvat niet alleen The New Grove maar ook:

  • The Oxford Dictionary of Music en
  • The Oxford Companion to Music.

Deze publicaties kunnen apart of gezamenlijk doorzocht worden. Bevat ook nieuwe, uitsluitend online beschikbare artikelen.

Oxford Music Online »

 

KVOK

Ingediend door admin op do, 12/11/2008 - 10:18

De Koninklijke Nederlandse Organisten Vereniging en de GOV- Vereniging van Kerkmusici hebben op zaterdag 15 november besloten om per 1 januari 2009 een nieuwe vereniging op te richten: de Koninklijke Vereniging van Organisten en Kerkmusici (KVOK).

De nieuwe vereniging, die uit ca. 2.600 leden zal bestaan, wordt uitgever van twee gerenommeerde tijdschriften: Het Orgel, dat voor het eerst in 1886 verscheen en het oudste Europese orgeltijdschrift is en Muziek & Liturgie, waarvan de eerste uitgave onder de naam Organist & Eredienst uit 1931 dateert. De nieuwe vereniging zal bovendien het maandelijkse actualiteitenblad NotaBene uitgegeven.

De KNOV werd in 1890 opgericht ter behartiging van muziek in de eredienst en van het orgelspel in het algemeen. De GOV-VvKM komt voort uit de Gereformeerde Organisten Vereniging, die in 1931 opgericht werd, en tot doel had de bevordering van verantwoord orgelspel in de eredienst. De GOV was hoofdzakelijk actief binnen de Gereformeerde Kerken in Nederland. Ongeveer zeven jaar geleden breidde de vereniging haar doelgroep uit tot kerkmusici in het algemeen. Bij die gelegenheid werden de namen van de vereniging en haar tijdschrift gewijzigd. De nieuwe vereniging heeft twee voorzitters: Rein van der Kluit en Frits Zwart.

 

het_orgel

 

Piet Ketting Cellosonate

Ingediend door admin op do, 11/27/2008 - 09:15

nieuwsbericht gepubliceerd 30 oktober 2008

Het Nederlands Muziek Instituut beheert meer dan 500 muzikale nalatenschappen van Nederlandse componisten, uitvoerend musici, muziekverenigingen en muziekinstellingen. Het is altijd een mooi moment als daarin weer vondsten worden gedaan.

Tijdens de tweede editie van de Amsterdamse Cello Biënnale hielden Frans van Ruth (piano) en Doris Hochscheid (cello), namens de Stichting Cellosonate Nederland, op 22 oktober een presentatie. Hierbij werd een compositie uit de archieven van het Nederlands Muziek Instituut uitgevoerd. Het betrof de eerste sonate voor cello en piano uit 1928 van Piet Ketting (1905-1984). Het manuscript werd door de zoon van Piet Ketting, de componist Otto Ketting voor uitgave geschikt gemaakt. De sonate werd door Frans van Ruth en Doris Hochscheid na tachtig jaar tot klinken gebracht in het Muziekgebouw aan ’t IJ te Amsterdam. De partituur is inmiddels uitgegeven door Muziek Centrum Nederland / Donemus. De Stichting Cellosonate Nederland zal de cellosonate van Piet Ketting t.z.t. uitbrengen op cd.

Piet Ketting

Piet Ketting (1905-1984)

Elisabeth Everts

Ingediend door admin op do, 11/27/2008 - 08:34
Elisabeth Everts (1922-1948) was een zeer talentvolle pianiste. Na haar vroegtijdige dood in 1948 is het Elisabeth Everts Fonds opgericht om jonge talentvolle musici te ondersteunen. Tot dusverre waren er van deze pianiste geen opnames bekend.

Onlangs werd in de collecties van het Nederlands Muziek Instituut een unieke opname ontdekt van de pianiste Elisabeth Everts. De opname werd aangetroffen in het archief van de pianist Cor de Groot dat het NMI beheert. Het gaat om een live-opname van het 50ste debutantenconcert in het Gemeentemuseum in Den Haag. Tijdens dat concert, dat plaatsvond op zaterdagmiddag 27 september 1941, speelden vele musici die ooit in de debutantenserie waren opgetreden. Het jubileumconcert vermeldde uitsluitend werken die afkomstig waren uit de archieven van het Gemeentemuseum. Zo klonk onder meer werk van Julius Röntgen, Willem Kes en Daniël de Lange. Naar het zich laat aanzien zijn alleen de opnamen van Elisabeth Everts en van de klarinettist Jaap van Opstal met begeleiding van Cor de Groot bewaard gebleven.


Elisabeth Everts speelde tijdens het concert de Sonate in cis klein uit 1928 van Julius Röntgen. Er kan met recht gesproken worden over een uniek geluidsdocument. Het betreft een opname van een transcriptieplaat die gemaakt is tijdens de lijnopname die via de radio werd uitgezonden. Het overzetten van de opname en het editeren is verricht door Evert de Cock.

Het Nederlands Muziek Instituut heeft deze opname ter beschikking gesteld aan het Elisabeth Everts Fonds ter gelegenheid van het verschijnen van het boekje Zestig jaar Elisabeth Everts Fonds. Het jubileumboekje van het fonds is in beperkte oplage verkrijgbaar.


everts

Jan Wisse overleden

Ingediend door admin op ma, 10/20/2008 - 23:00
Jan Wisse werd op 9 oktober 1921 in Terneuzen geboren. Sinds 1998 woonde hij in Luxemburg. Wisse was compositieleerling van Kees van Baaren. Zijn muziek werd uitgevoerd door musici als het Meloskwartet, het pianoduo Kontarsky, Hans Rosbaud en Dean Dixon. In Nederland dirigeerde onder meer Ed Spanjaard, Roelof Krol en Hein Jordans zijn muziek.

Een paar jaar geleden droeg Wisse zijn archief met ruim 300 manuscripten aan het Nederlands Muziek Instituut over. Opvallend is de enorme hoeveelheid composities voor kamermuziek. Daarnaast veel werken voor kamer- en symfonieorkest. Daarbij bevindt zich ook het zeven pagina’s tellende manuscript van Sette aforismi uit 1956 voor kamerorkest, dat alom gezien wordt als een van de belangrijkste werken van Wisse. Uit de inventarislijst blijkt dat Wisse in 1987, toen hij in Poschiavo in Zwitserland leefde, nog een Sette aforisme II voor symfonieorkest heeft geschreven.

Het archief van Jan Wisse is vrij ter inzage. Wel is het verstandig tevoren een afspraak te maken. Bekijk het overzicht van het archief van Jan Wisse.

 

      

Jan Wisse - Foto: Muziek Centrum Nederland

Meer informatie over Jan Wisse bij Muziekbibliotheek van de Omroep en Muziek Centrum Nederland.

nieuwsbericht gepubliceerd 21 oktober 2008

Masterclass Fluit en Harp Verslag

Ingediend door admin op do, 10/16/2008 - 23:00


Op vrijdag 17 oktober stond de Nederlandse fluit-harp muziek centraal bij het Nederlands Muziek Instituut. Overdag werd van 10.00 tot 16.30 uur een Masterclass gegeven door de fluitiste Eleonore Pameijer en de harpiste Erika Waardenburg. Vijf jonge enthousiaste ensembles hadden zich voor deze bijzondere Masterclass aangemeld. Bijzonder was ten eerste de combinatie fluit-harp en ten tweede het repertoire. Het repertoire bestond uit Nederlandse composities die speciaal voor het fluit-harp duo Phia Berghout (harp) en Hubert Barwahser (fluit) geschreven waren. In de jaren 1950 had dit duo opdracht gegeven aan een aantal Nederlandse componisten om voor de combinatie fluit-harp een compositie te schrijven. Hieraan gaven de componisten Lex van Delden, Theo Smit Sibinga, Marius Flothuis, Hendrik Andriessen, Karel Mengelberg en Henk Badings gehoor. Van bijna al deze componisten werd tijdens de Masterclass een stuk behandeld.


Na deze Masterclass gaven Eleonore en Erika een concert met composities van een aantal van bovengenoemde componisten. Zij speelden daarbij op de historische instrumenten van Phia Berghout (Wurlitzer-harp) en Hubert Barwahser (Wunderlich-fluit). Deze instrumenten zijn een aantal jaren geleden in het bezit gekomen van beide musiciennes. Dit zeer speciale repertoire is inmiddels door Eleonore Pameijer en Erika Waardenburg vastgelegd op de cd Reprise, die ook verkrijgbaar is bij het NMI.

Na afloop van het concert hield Frits Zwart, directeur van het NMI, een korte toespraak waarbij hij een presentexemplaar van de cd overhandigde aan de weduwe van Hubert Barwahser, mevrouw Anneke Barwahser. Daarna volgde een geanimeerde receptie waarbij gretig van de gelegenheid gebruik werd gemaakt om de cd aan te schaffen.

Bij het Nederlands Muziek Instituut is de cd te koop of te bestellen via de winkel.

masterclass

masterclass

 

 

concert door Eleonore Pameijer en Erika Waardenburg

 concert door Eleonore Pameijer en Erika Waardenburg

 

publiek bij het concert

 publiek bij het concert

 

uitreiking cd door F. Zwart aan mevrouw Anneke Barwahser

 uitreiking cd door F. Zwart aan mevrouw Anneke Barwahser

 

receptie

receptie
 

Polo de Haas

Ingediend door admin op zo, 10/12/2008 - 15:51

Polo de Haas is deze week 75 jaar geworden. Zijn carrière als pianist kenmerkt zich door veelzijdigheid en aandacht voor het onbekende.

Het Nederlands Muziek Instituut in Den Haag bezit een omvangrijke collectie documentatiemateriaal van Nederlandse toonkunstenaars. Van pianist en componist Polo de Haas is een bescheiden documentatiemap aanwezig. Hierin onder meer recensies van zijn composities. Volgens een van de recensenten doet De Haas ‘wat bagatelliserend’ over zijn eigen werk, terwijl de criticus in kwestie toch zeer genoten heeft (Luister 1993). Ook zijn er recensies van het beroemde Satie recital dat Polo de Haas gaf in 1971 in het Concertgebouw van Amsterdam. De muziek van Erik Satie was toen nog geheel onbekend in Nederland, maar werd in de jaren daarna een echte cult.

Over de tegendraadse houding van De Haas ten aanzien van het instituut ‘concertpianist’ zei De Haas in 1976 (Utrechts Nieuwsblad): ‘Er gebeurt altijd hetzelfde. De dirigent komt op in rok, de pianist ziet er ook al zo uit, dezelfde stukjes worden weer ’s gespeeld en in de zaal moet ’t dan doodstil worden.’ De Haas heeft zich in zijn carrière als pianist nooit gespecialiseerd in een specifiek repertoire. In een interview met Peter Visser uit 1982 lezen wij dat zelfs kitsch altijd zijn interesse heeft gehad. Dit resulteerde in een serie concerten met de titel ‘Kitsch en Muziek’. Voor De Haas is er ‘geen muziek waarvan ik zeg; dat is geen muziek. Alle geluid is muziek.

Voor inzage in de documentatie van Polo de Haas kunt u contact opnemen met de documentalist van het Nederlands Muziek Instituut.

polo_de_haas

Polo de Haas

Julius Röntgen tentoongesteld

Ingediend door admin op wo, 10/08/2008 - 23:00


In het televisieprogramma Andere tijden werd op 9 oktober jl. aandacht besteed aan het verlangen naar een “Nederlandse identiteit” en de “folklorisering” van lokale tradities. Een belangrijk aandeel hierin had het werk van de ethnoloog of “volkskundige” Dirk Jan van der Ven (1891-1973). Deze legde in de jaren ’20 Nederlandse folklore vast op film. Julius Röntgen schreef muziek voor vier van deze geënsceneerde documentaires, die hij bij vertoningen zelf op de piano uitvoerde.

In het door hem uitgegeven maandblad Ons Eigen Tijdschrift bracht Van der Ven een hulde aan Röntgen ter gelegenheid van diens zeventigste verjaardag (mei 1925). Met enige vertedering vertelt hij hoe de gepensioneerde conservatoriumdirecteur zich kweet van zijn taak als bioscoop-pianist:

Wat al comische incidenten heeft er “het pijpje” — het onafscheidelijke doorgerookte pijpje — niet op menige uitvoering gebracht, als Röntgen in de door hem vermoede verstolenheid achter een scherm al spelende zijn pijpje lustig liet dampen en als dan blauwe rookwolken statig opstegen voor het filmdoek in zalen, waar het den bezoekers van alle kanten geboden werd: “Niet rooken!”

In de vitrine van het NMI zijn tot medio November voorwerpen tentoongesteld uit het Röntgen-archief, waaronder materiaal m.b.t. Van der Vens filmcyclus Neerlands Volksleven, het manuscript van Röntgens herinneringen aan Grieg, concertprogramma’s en foto’s. Ook de pijp is present.

 

 

Julius Röntgen (1855-1932)

Julius Röntgen (1855-1932)

Simeon ten Holt

Ingediend door admin op vr, 09/12/2008 - 23:00

Het Nederlands Muziek Instituut in Den Haag bezit een omvangrijke collectie documentatiemateriaal van Nederlandse toonkunstenaars. Ook van Simeon Ten Holt is flink wat materiaal aanwezig. Ten Holt is vele malen geïnterviewd over zijn composities waarvan hij zelf zegt (Haagsche Courant 1999) ‘Nederlanders hebben niks met mijn muziek. Het publiek wel, maar mijn collega’s niet.’

Er zijn veel recensies te vinden van uitvoeringen van zijn composities, zowel op cd als van concerten, die vaak vergezeld gaan van interviews. Een voorbeeld. In een artikel (HP 28-01-1978) bespreekt criticus Ernst Vermeulen de compositie ‘..A/.ta-lon uit 1966-68. Hierin bekent Ten Holt ‘Ach, ik heb altijd weinig contact met de muziekpraktijk gehad, ik ging “mijn eigen verbeelding na” in de wetenschap dat het toch niet uitgevoerd zou worden naar alle waarschijnlijkheid.’

Momenteel is Ten Holt de enige nog levende componist die een plaats veroverde in de Klassieke Top 100 Aller Tijden met zijn compositie ‘Canto Ostinato’.

In een interview (VPRO gids 1996) naar aanleiding van het programma dat Han Reiziger maakte over de componist zegt Ten Holt dat hij zich verwant voelt aan Rodin, omdat deze ook met zijn handen werkte. Ten Holt: ‘Ik componeer met mijn handen. Mijn bewustzijn gaat via mijn handen.’ De 85-jarige componist componeert niet meer. Zijn gezondheid laat dat niet toe. Gelukkig kan het publiek tot in de eeuwigheid genieten van zijn muziek.

Voor inzage in de documentatie van Simeon Ten Holt kunt u contact opnemen met de documentalist van het Nederlands Muziek Instituut.

14 september 2008

Reinbert de Leeuw

Ingediend door admin op zo, 09/07/2008 - 23:00
Het Nederlands Muziek Instituut in Den Haag bezit een omvangrijke collectie documentatiemateriaal van Nederlandse toonkunstenaars. Van Reinbert de Leeuw heeft het NMI materiaal vanaf 1967 in de collectie. Naast biografisch materiaal, foto’s, recensies, concertprogramma’s, discografieën en werkbesprekingen, bevat deze documentatie ook veel interviews. Bijvoorbeeld een interview uit 1973 met Otto Ketting over het componeren, waarbij De Leeuw zegt dat hij componeren niet leuk vindt, maar niet componeren nog vervelender. Een gesprek over Erik Satie met Koert Stuyl en Dick Hillenius (1973) en een interview met Max Pam waarin De Leeuw beweert dat hij ‘krankzinnig zacht kan spelen’. Ook aanwezig een interview naar aanleiding van de film La lugubere Gondola van Hans Hulscher waarin Reinbert de Leeuw de late werken van Liszt speelt.

In een twistgesprek onder de titel ‘De hielen van Jan Publiek’ tussen Louis Ferron en Reinbert de Leeuw (NRC Handelsbad, 1984) worden de zaken op scherp gesteld wat betreft het componeren en musiceren in Nederland. Uit het gesprek blijkt dat de kloof tussen publiek en componisten van hedendaagse muziek groot is en bol staat van misverstanden. Alhoewel het bijna 25 jaar geleden is dat dit interview plaatsvond, blijkt deze discussie nog steeds levend te zijn.

Voor inzage in de documentatie van Reinbert de Leeuw kunt u contact opnemen met de documentalist van het Nederlands Muziek Instituut.

 

 

Reinbert de Leeuw

Muziek - gespeeld en verbeeld

Ingediend door admin op vr, 04/25/2008 - 23:00
 www.noordbrabantsmuseum.nl

In de tentoonstelling maakt de bezoeker kennis met de verschillende (kunst)historische facetten van muziek. Er worden fraaie schilderijen getoond waarop het musiceren centraal staat. Ook zijn er oude en moderne instrumenten en kunnen oude én jonge bezoekers zelf muziek maken.

Tijdens deze tentoonstelling zijn ook enkele topstukken te bezichtigen uit de collectie van het Nederlands Muziek Instituut. In een flyer worden deze kort beschreven:

 

Flyer Den Bosch pagina 1     Flyer Den Bosch pagina 2

Louis Peter Grijp

Ingediend door admin op zo, 12/31/2006 - 23:00
mg1
isbn 978 90 5356 586 5
21 x 23 cm, 916 pagina's,
gebonden, 2002
Nederlands

 

De Nederlanden bezitten een rijke muziekcultuur, al zijn niet alle Nederlanders zich daarvan bewust. In deze muziekgeschiedenis worden talrijke facetten van de Nederlandse en Vlaamse muziek en het muziekleven belicht, vanaf de prehistorie tot aan de dag van vandaag. Niet alleen klassieke muziek, ook volks-, amateur- en populaire muziek komen aan de orde, steeds in hun sociale en culturele context. Bijzondere aandacht gaat uit naar de rol die muziek heeft gespeeld bij de constructie van identiteiten, hetzij van naties, of van politieke, etnische of religieuze groeperingen. Zowel de productie door componisten komt aan bod als de receptie van buitenlandse muziek in Nederland en België.

Deze muziekgeschiedenis wordt gepresenteerd in 125 artikelen van meer dan honderd auteurs, die telkens inzoomen op een gebeurtenis en van daaruit een aspect, probleem of ontwikkeling van de muziek en het muziekleven der Nederlanden belichten. Die onderwerpen variëren van middeleeuwse minstrelen, Vlaamse polyfonisten en klokkengieters uit de Gouden Eeuw tot de successen van musici als Willem Mengelberg, Adolphe Sax, Jacques Brel en Louis Andriessen, om slechts enkelen te noemen.

Dit boek is geschreven voor een cultureel geïnteresseerd publiek, waarvan niet wordt verwacht dat het noten kan lezen. De beschreven muziek komt tot klinken op een bijbehorende cd-rom in combinatie met beelden en muzieknotatie.

Een Muziekgeschiedenis der Nederlanden is een co-productie van het Meertens Instituut, de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Muziekgeschiedenis en Amsterdam University Press.De redactie werd gevormd door prof. dr. Kees Vellekoop, prof. dr. Ignace Bossuyt, dr. Rudolf Rasch, prof. dr. Emile Wennekes, prof. dr. Rokus de Groot, prof. dr. Mark Delaere, dr. Lutgard Mutsaers.

 

Een muziekgeschiedenis der Nederlanden
Een vervolg, 2000-2005
 

mg2
isbn 978 90 5356 903 0
21 x 23 cm, 48 pagina's,
paperback, 2006

In 2001 verscheen het indrukwekkende overzichtswerk Een muziekgeschiedenis der Nederlanden, waarin het veelzijdige muzikale leven in de Lage Landen vanaf de prehistorie tot aan de millenniumwisseling beschreven werd. Talloze specialisten uit Nederland en Vlaanderen werkten mee aan deze ‘tour de force’ en het boek oogstte vele lovende kritieken in de pers.

Om ook de laatste jaren ook in kaart te brengen, schreven Louis Peter Grijp, Martine de Bruin, Mark Delaere, Lutgard Mutsaers, Stijn Reijnders en Emile Wennekes een aanvullende special op het bestaande boek. Aan de hand van het ijkjaar 2000 worden vier belangrijke ontwikkelingen en gebeurtenissen in de Nederlandse en Vlaamse muziek sinds 2000 belicht. Er is aandacht voor de gekte rond Idols en het ritueel van de televisietalentenjacht, en voor de begrafenis van André Hazes die de emotiecultuur rond het levenslied en de smartlap markeert. De komeetachtige opkomst van Ali B. wordt aangegrepen om de betekenis van de Nederlandstalige hiphop in kaart te brengen, terwijl de auteurs in de klassieke muziek een opmerkelijke toename signaleren in de belangstelling voor strijkkwartetten.

 

Belangrijke aanwinst van speelmansboeken

Ingediend door admin op zo, 12/03/2006 - 23:00

4 december 2006

Het NMI heeft in december 2006 via een schenking een unieke verzameling Nederlandse speelmansboeken ontvangen uit de 18e en 19e eeuw. Het was de wens van de eigenaar, de wiskundige en musicoloog dr. Christiaan C. Vlam (1916-1999) om zijn verzameling onder te brengen in het NMI waar ook de Scheurleercollectie is gehuisvest. Geïnspireerd door de musicoloog D.F. Scheurleer (1855-1927), die door zijn naslagwerk over liedboeken de kennis over Nederlandse volksliederen enorm heeft verrijkt, ging Christiaan Vlam zich na zijn pensionering bezighouden met een repertorium van Nederlandse volksmuziek-handschriften uit de periode 1700-1900. Door zijn speurwerk heeft hij 35 speelmansboeken kunnen achterhalen die zich in verschillende openbare en private collecties bevinden. Maar liefst 21 speelmansboeken wist hij zelf te verwerven.

Over het belang van de Collectie Vlam schrijft prof. dr. Louis Peter Grijp van het Meertens Instituut het volgende:

“Met de Collectie Vlam heeft het Nederlands Muziek Instituut een belangrijke verzameling speelmansboeken verworven. De oudste boekjes van Vlam dateren uit het midden van de achttiende eeuw. Het zijn twee zeer interessante schriftjes, twee partijen van een verzameling trompetduo’s. Dat is hoogst zeldzaam repertoire. De schriftjes omvatten maar liefst 140 nummers, waaronder het Wilhelmus in de vorm van de Prinsenmars, een aantal ‘Wachtels’ (kwartel-imitaties), marsen, menuetten en nog veel meer. Aan het einde staat een passend Goede nagt. Een ander belangwekkend boekje uit vermoedelijk dezelfde tijd bevat 93 melodieën, eenstemmig genoteerd en wellicht te spelen op viool, fluit of hobo. Vele titels verraden liedjes, zoals De gedagten, De hoer bij dag, De hoer bij nacht, De vrouw is de baas, De man is ‘t hooft, enz. Aan het begin zijn nog eens zo’n 40 stukjes bijgebonden, vermoedelijk aan het eind van de achttiende eeuw omdat bij een van de wijsjes de naam Paul Jonas wordt genoemd. Dat betreft de Amerikaanse kaperkapitein Paul Jones, die in 1779 in Tessel aan land ging en als een held werd onthaald – Nederlanders hielden toen niet van Engelsen en juichten de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd toe.

Ook uit de achttiende eeuw dateert een kleiner handschrift voor viool of een ander melodieinstrument van ene Nicolaas Wimmes, gedateerd 1779 met 45 wijsjes, waaronder De Kijzerskroon, wederom De gedaghten en De fiere Pinksterblom.

De latere, negentiende-eeuwse boekjes vertonen steeds meer internationaal repertoire, vaak Frans getint, voor diverse instrumenten, waarbij het niet altijd mogelijk is onderscheid te maken tussen viool en bas, of piano. Het meest interessant lijkt me het handschrift met het nummer V.13. Het bevat de melodieën van 167 liederen en aria’s, waaronder een kleine honderd Nederlandse titels. Wat betreft het repertoire staat het in de traditie van de 18e eeuwse speelmansboeken.

Deze eerste verkenning is gedaan in het besef dat er nog veel onderzoek naar deze verzameling moet gebeuren om hem echt op waarde te kunnen schatten. Maar alleen al door z’n omvang is de verzameling van groot nationaal belang, al zitten er geen echte topstukken bij als de omvangrijke achttiende-eeuwse handschriften die zich in de Toonkunst-bibliotheek bevinden en aangeduid worden met Zangwijzen van Oud-Nederlandsche Volksliederen, het Musicq Boek (1740) en Volksmelodieën met 758 melodieën.

Met behulp van de Nederlandse Liederenbank, waarin melodieën zijn ontsloten van de belangrijkste elders bewaarde handschriften, kon ik vaststellen dat Vlams handschriften tal van unica bevatten, dat wil zeggen melodieën die uit geen andere bron bekend zijn. De cultuurhistorische waarde van de collectie is hiermee onmiskenbaar vastgesteld. Als Nederland zijn immateriële erfgoed serieus neemt, dient de Nederlandse wetenschap deze schat aan populaire muziek allereerst te ontsluiten en vervolgens grondig te bestuderen, in samenhang met de reeds bekende bronnen van speelmansmuziek”.

In het voorjaar van 2007 zal een presentatie van de collectie speelmansboeken worden georganiseerd.